Correcties: de mythe van positief trainen van je hond

overig

Het woord “correctie” lijkt besmet te zijn binnen honden-trainingsland. Correctie staat voor velen gelijk aan pijn, angst en/of intimidatie. Veel trainers en professionals zeggen onder meer daarom “alleen maar positief te trainen”, maar is dat dan wel zo? En wat betekent dat eigenlijk? Het is goed om eerst goed duidelijk te hebben waar je het over hebt bij het woord correctie.

Operante conditionering

Ik gebruik het zoals het gebruikt wordt binnen de theorie van het operant conditioneren. Dit wil zeggen dat een dier (of mens) leert hoe zijn eigen gedrag beinvloedt wat hem overkomt of met hem gebeurt. Als de consequentie prettig is, is de kans groot dat een hond het gedrag in de toekomst opnieuw zal laten zien. Is de consequentie niet fijn, dan is de kans groot dat het gedrag minder vaak vertoond zal worden. Het is het proces dat psycholoog Skinner beschreven heeft, gebaseerd op werk van zijn collega Thorndike. Niet echt een kwestie van meningen of visie, maar een wetenschappelijke standaard dus.

Trainen = leren

Het gaat hier te ver om de hele leertheorie uit te leggen. Die staat goed en uitgebreid uitlegd in het boek van Pamela Reid: Honden Sneller Laten Leren. Op onderstaand plaatje vind je kort overzicht van de diverse termen en de daarbij behorende emotionele consequenties. In dit artikel kun je ook meer lezen over de leertheorie van het operante conditioneren.

leerprincipes

Als je je hond traint of opvoedt (in mijn ogen twee verschillende dingen!), probeer je zijn gedrag te veranderen. Je wilt dat hij bepaald gedrag vaker gaat vertonen of je wilt juist dat hij bepaald gedrag minder vaak gaat laten zien. Hoe je het ook wendt of keert; er is sprake van operante conditionering (soms in combinatie met een ander proces beschreven door Pavlov: klassiek conditionering).

Positief trainen

Trainers en gedragstherapeuten zeggen vaak dat ze alleen maar positief trainen. Daarmee bedoelen ze meestal dat ze de hond geen pijn doen, niet bang maken of niet intimideren. Een keuze waar ik met al mijn hart achter sta! (voordat we misverstanden krijgen šŸ˜‰ )! Het positief trainen verwijst dan naar positieve bekrachtiging; je voegt iets leuks aan de omgeving van de hond toe waardoor de kans groot wordt dat de hond het gedrag herhaald (zie hierboven). Denk dan bv. aan het geven van iets lekkers, een bal, aandacht etc.
Toch wordt er in veel trainingen van instructeurs die zeggen alleen positief te trainen, gebruik gemaakt van correcties! En nee; dan heb ik het gelukkig niet over pijn, angst, schrik (wat een positieve correctie heet)!! Maar veel “positieve trainers” geven het advies om een hond die vraagt om aandacht te negeren. Om te draaien als een hond tegen je aan springt. Stil te staan als je hond trekt aan de lijn. Niet meer bewegen als je hond trekt aan een speeltje zodat hij het los laat.
Dat zijn vervolgens allemaal correcties.
Om precies te zijn; negatieve correcties want je haalt iets wat voor de hond prettig is weg of ontneemt hem de toegang tot iets, in reactie op zijn gedrag.

Voor de goede orde: ik heb geen grote bezwaren tegen het gebruik van een negatieve correctie!!!
Maar laten we het alsjeblieft blijven noemen wat het is, namelijk een correctie. Want zo heet het volgens de leertheorie en er is al meer dan voldoende spraakverwarring in de hondenwereld als het gaat om terminologie. Termen juist gebruiken is geen waarde-oordeel. Een correctie is geen vies woord, maar betekent dat de kans dat de hond het gedrag laat zien in de toekomst minder wordt. Dat kun je doen door pijn, angst of schrik toe te dienen (zeer ongewenst in mijn visie!), maar ook door iets weg te halen wat een hond leuk vindt.

Effectiviteit

Ik probeer zelf altijd zoveel mogelijk gewenst gedrag uit te lokken en dat te bekrachtigen. Dat is de basis van de opvoeding en training van mijn eigen honden en ook in mijn adviezen aan hondeneigenaren. Maar; het lukt niet altijd en dan kun je met behulp van een negatieve correctie (dus NIET door je hond pijn te doen, bang te maken of te intimideren!) aangeven wat niet mag om vervolgens gewenst gedrag weer positief te bekrachtigen. Als eerste omdat ik – na jaren honden pijn gedaan te hebben omdat ik niet beter wist dan dat je moest trainen met een slipketting.. – de keuze gemaakt heb dat ik nooit meer willens en wetens een hond pijn wil doen, schrik wil aanjagen of wil intimideren.
Maar bijna net zo belangrijk is dat uit onderzoek blijkt dat (positieve) correcties in opvoeding niet zo effectief zijn als soms gedacht wordt:

- vaker geen effect of zelfs een negatief effect dan beloningsgerichte interventies (Herron et al. 2009) In nekvel grijpen had een positief effect op het ongewenst gedrag in 28%, had een negatief effect in 32% en geen effect in 40%. Maar het was wel vervelend voor de hond op zijn minst en misschien had de hond wel pijn..

- Honden die met positieve correctie getraind worden, lopen meer kans op het ontwikkelen van angst-gerelateerde problemen (Blackwell et al. 2008) - Honden die met correcties getraind worden, laten meer problematisch gedrag zien (Hiby et al, 2004)

- Honden die met correctie getraind worden, maken minder contact met vreemden. (Rooney en Cowan, 2011)

- Het gebruik van fysieke straf leidt tot minder interactie in spel tussen eigenaar en hond (Rooney en Cowan, 2011)

- Gebruik van stroomband (positieve correctie) en werken met beloningen (positieve bekrachtiging) zijn beide net zo weinig succesvol in het verbeteren van komen op bevel of controleren van najaaggedrag. (Cooper et al, 2014)

Ladder van beinvloeding

Maar of een correctie werkt of niet zou eigenlijk niet de enige afweging moeten zijn! Psycholoog Susan Friedman beschrijft in een artikel dat effectiviteit een criterium is, maar alleen effectiviteit is niet voldoende. Als we iets doen om gedrag van de hond te beïnvloeden, zou dit zo minst ingrijpend mogelijk moeten zijn en toch effectief. Ze beschrijft een “hierarchy of intrusions”, vrij vertaald een ladder van beinvloeding.

Hierarchy-300x275

1. Medisch, voeding en fysiek
2. Maatregelen om gedrag te voorkomen, denk bv. aan voldoende afstand
3. Positieve bekrachtiging
4. Bekrachtiging van alternatief gedrag
5. Extinctie, negatieve bekrachtiging en negatieve correctie
6. Positieve correctie

Friedman stelt dat je het overgrote deel van gedragsproblemen kunt voorkomen of kunt oplossen door een of meerdere strategieën toe te passen van niveau 1 t/m 4 (de bovenste vier vakjes in het plaatje). De drie genoemden in niveau 5 kunnen af en toe onder sommige omstandigheden ethisch en effectief zijn. Positieve correctie (pijn, angst, intimidatie) zijn slechts zelden noodzakelijk als je weet hoe je gedrag kunt veranderen. 

Conclusie

Het woord correctie kan op diverse manieren worden gebruikt. Net zoals de woorden positief trainen. Weet waarover je het hebt als je het zelf gebruikt. Als een trainer of gedragstherapeut het noemt, vraag dan na wat ze precies bedoelen. Het gebruik van pijn, angst of intimidatie in training is niet alleen om ethische afwegingen onwenselijk. Uit diverse onderzoeken blijkt dat effectiviteit van correcties minder groot is dan gedacht. Susan Friedman stelt een ladder van beïnvloeding voor, die je kunt gebruiken om gedrag te veranderen. Positieve correctie is in die ladder het allerlaatste middel dat volgens haar slechts zelden hoeft te worden ingezet. Ik deel haar visie van harte.

Dit artikel is geschreven door Monique Bladder, met medewerking van gedragstherapeut Erica Bokelmann. Overname van dit artikel is niet toegestaan zonder toestemming. Delen door middel van de link wordt op prijs gesteld!

Bronnen:

– Survey of the use and outcome of confrontational and non-confrontational training methods in client-owned dogs showing undesired behaviours. Herron, M., Shofer, F., Reisner, I. (2009)
– Dog training methods: their use, effectiveness and interaction with behaviour and welfare. Hiby, E., Rooney, N., Bradshaw, J. (2004)
– The relationship between training methods and the occurrence of behavior problems, as reported by owners, in a population of domestic dogs. Blackwell et al. (2008)
– Training methods and owner-dog interactions: Links with dog behaviour and learning ability. Rooney, N.J., & Cowan, S. (2011)
The Welfare Consequences and Efficacy of Training Pet Dogs with Remote Electronic Training Collars in Comparison to Reward Bases Training. Cooper et al. (2014)
– What’s wrong with this picture? Effectiveness is not enough. S. Friedman (2010)